Concentratieproblemen op school

Hoeveel ouders krijgen tegenwoordig niet te horen dat hun kind zich niet kan concentreren? Wat is er toch mis met die kinderen? En aan wie ligt het? Aan het kind, de ouders of aan de school?

Het is niet mijn bedoeling om een schuldige aan te wijzen. Belangrijker vind ik het om te kijken wat de oorzaak zou kunnen zijn en wat je daaraan kunt doen. Dus wat de ouders eraan kunnen doen, wat het kind eraan kan doen en wat “de school” (de leerkrachten) eraan kan doen.

De praktijk
De tienjarige Stefan komt met zijn moeder Jeanet bij mij in de praktijk. Als ik vraag waarom ze bij mij gekomen zijn, krijg ik meteen als reactie: “Stefan kan zich niet concentreren!” Ik vraag aan Stefan: “Zit je thuis wel eens achter de computer?” “Natuurlijk”, is zijn antwoord. “Zo lang, dat je moeder zegt: Kom nou eens achter die computer vandaan! ?”
Stefan en Jeanet schieten in de lach maar geven direct toe dat dit geregeld voorkomt. Ik zeg: “Dan is er waarschijnlijk niets mis met z’n concentratie.”

Je vraagt je af: hoe kan het dan dat er zo’n probleem is ontstaan? Een aantal mogelijke oorzaken zal ik verder uitdiepen. Ongetwijfeld zijn er meer te bedenken. Soms zal ik oplossingen bieden, maar vaak ook niet. Het hangt toch ook af van de creativiteit en de welwillendheid van de betrokkenen.

Lesmateriaal
Het lesmateriaal op school kan het kind te weinig of juist teveel “uitdaging” bieden. De opdrachten zijn te gemakkelijk of juist te moeilijk. In beide gevallen is het niet eenvoudig om kinderen “bij de les” te houden. Een veel gehoorde klacht in alle leeftijdsgroepen en op allerlei scholen is dat er zoveel niveauverschil is in een groep. Dit is denk ik nog nooit anders geweest en zal ook nooit anders worden. Maar oplossingen hiervoor kunnen niet alleen gezocht worden in het anders aanbieden van lesmateriaal.

Ook de manier waarop de lesstof wordt behandeld, is belangrijk. Het is allang bekend, dat je met behulp van “plaatjes” sneller leert en beter onthoudt dan met “stampwerk”. Rekenmethodes maken al jaren gebruik van deze wetenschap, kijk maar eens in de lesboeken in het basisonderwijs. Er is dus al het nodige veranderd in de loop der jaren.

Thuis zijn kinderen vaak al gewend aan een andere manier van informatieverwerking (denk aan televisie, computers, tijdschriften). Meer computers in het onderwijs is niet alleen een trend, maar sluit in veel gevallen beter aan bij de wijze waarop onze kinderen de lesstof verwerken.

Leren concentreren
Concentratie zou een kwestie zijn van “leren”. Natuurlijk kun je je leren concentreren, maar als je iets met plezier doet, kost het je meestal geen enkele moeite om je te concentreren. Het leren stilzitten en zelfstandig werken hoeft weinig problemen te geven, mits er rekening gehouden wordt met de behoeften van een kind en we niet bang zijn dat onze kinderen dit niet leren als wij het ze niet bijbrengen.

Heb je ooit een kind moeten leren zich te concentreren als hij iets deed waarin hij helemaal opging? Volwassenen gaan vaak met veel meer plezier naar school, omdat ze dan meestal een opleiding kiezen die ze echt leuk vinden. Leren en concentreren blijken dan ineens geen probleem te zijn.

Eten en drinken
Wat heeft eten en drinken met concentratie te maken? Heel veel. Voldoende vocht is een must voor je lijf, evenals voldoende brandstof. Regelmatig water drinken kan helpen om beter te kunnen denken. Veel kinderen hebben nooit geleerd om voldoende water te drinken en vaak wordt het op school ook niet toegestaan.

Ik begrijp de tegenwerpingen dat het in de klas niet altijd handig is als iedereen op zijn moment water mag drinken of naar de wc mag gaan. Het is logisch dat je met elkaar afspreekt wanneer er van het kind verwacht wordt dat hij even wacht, tijdens de uitleg of tijdens een toets bijvoorbeeld.

Maar als het niet alleen “gewoon” maar ook “erg goed” wordt gevonden dat kinderen hun waterbehoefte zelf regelen, denk ik dat leerkrachten niet bang hoeven te zijn dat er misbruik van gemaakt wordt. En dan belanden we niet zo snel in een machtsstrijd. Het gaat om de intentie en om het vertrouwen in het kind.

In de kring
Nog iets over het eten en drinken op school: een stabiele bloedsuikerspiegel is nodig om de hersenen constant van brandstof (de glucose in het bloed) te voorzien. Dit bereik je niet door iets te eten waar veel suiker in zit (de meeste koek en snoep). Suikerrijke voeding geeft even een hoge bloedsuikerspiegel, maar snel daarna zakt die weer in. Geregeld iets eten is dus beter.

Helaas zie je dat het eten en drinken “in de kring” op school alleen in de lagere groepen normaal wordt gevonden. Als men zou begrijpen dat het belangrijk is om genoeg eten en drinken in je lichaam te hebben om goede leerprestaties te leveren, dan zouden waarschijnlijk meer scholen tot en met groep 8 het eten en drinken in de groep blijven doen, voordat er buiten gespeeld wordt. Het blijkt dat kinderen in het speelkwartier niet of nauwelijks eten of drinken omdat dit gek gevonden wordt of omdat niemand dit doet. Juist leeractiviteiten die tegen het einde van de ochtend worden gegeven, vergen vaak extra concentratie en ik zie regelmatig kinderen die juist dan in de leerproblemen komen.

Bewegen
Ook bewegen helpt bij het leren. In de edukinesiologie (een methode om o.a. dyslexie te behandelen) ga je er vanuit dat je hersenhelften en je lichaamshelften goed moeten samenwerken om alle informatie te kunnen verwerken. Een goede coördinatie is dus belangrijk. Dit kun je stimuleren door bewegingsoefeningen.
Niet stil kunnen zitten kan betekenen, dat de circulatie van allerlei lichaamsvloeistoffen niet optimaal is. Die stoffen zijn onder andere nodig om alle hersenfuncties goed te laten verlopen. Denk hierbij aan het bloed, dat zorgt voor het vervoer van zuurstof en andere voedingsstoffen en aan de hersenvloeistof die door het ruggenmerg loopt.

Het begrip “drukke kinderen” komt hiermee in een ander daglicht in te staan, al kan dit nog vele andere oorzaken hebben. Ook de natuurlijke drang om te lopen ijsberen om iets “uit te broeden”, is iets dat veel mensen herkennen. Ook hier geldt: als je er anders naar kijkt, kun je er anders mee omgaan.

Tijdstip
In het herfstnummer 2001 van Educare (pag. 23) stond dat onderzoek van het Nijmeegse Instituut voor Toegepaste Sociale Wetenschappen heeft uitgewezen dat de concentratie van leerlingen het hoogst is om 16.00 uur. ’s Middags na schooltijd dus.

Belangrijke leeractiviteiten worden meestal ’s morgens gepland, omdat gedacht wordt dat dan de concentratie het hoogst is. Daarbij speelt waarschijnlijk ook de gedachte van velen een rol: “Je mag pas leuke dingen doen als je de vervelende klussen hebt geklaard.” Is dat omdat het “zo hoort”? Of hebben we dat “van vroeger meegekregen”?

Terwijl iedere volwassene (en dus ook een leerkracht) weet dat het juist heerlijk kan zijn eerst rustig een kopje koffie te drinken met een krantje erbij en dat je dan daarna als een speer aan het werk gaat, als vanzelf.

Voor kinderen kan het heerlijk zijn om eerst te mogen spelen of om voorgelezen te worden met de hele groep, voordat begonnen wordt met leertaken.

Je veilig voelen
Als je je prettig voelt, zal dit het leren bevorderen. Dus eerst iets leuks doen of zorgen dat spanningen verdwenen zijn, kan helpen om beter of gemakkelijker iets te leren of om “werkjes te doen”. En als de leerkracht werkelijk (oog- en harts-) contact maakt met een kind, zal hij zich “gezien en begrepen” voelen. Dit kan er zeker toe bijdragen dat een kind zich veilig voelt in de groep.

Hoe er in de groep wordt omgegaan met elkaar en met conflicten lijkt tegenwoordig een hot item, maar helaas wordt er nog lang niet op alle scholen iets mee gedaan (zie het artikel hierover in het herfstnummer 2001 van Educare, pag. 10).

Prikkels
Sommige kinderen zijn snel afgeleid. Die vind je niet alleen onder de dromerige of hele gevoelige kinderen, maar ook onder de drukke kinderen. Sommige kinderen hebben moeite om al die prikkels die ze van hun omgeving krijgen, te verwerken. Ze pikken veel op van de emoties van andere kinderen of zelfs van de juf of meester. Het lukt ze niet altijd om goed gegrond, dus stevig met beide benen op de aarde, in het leven te staan. In een aantal andere artikelen heb ik al het nodige hierover geschreven.

Oefeningen om “sterk te staan”, het werken met visualisaties, het leren omgaan met emoties en het door de omgeving accepteren van de gevoeligheid van deze kinderen; het zijn allemaal dingen die kunnen helpen. En de Bach Bloesem Remedies hebben hun dienst allang bewezen.

Wat kun je verder nog doen?
Ouders kunnen natuurlijk ook het nodige doen om hun kind te helpen zich beter te concentreren. Naast datgene wat ik al aangegeven heb, is het logisch dat je niet “alles” mag verwachten van je kind of van “de school”, terwijl je er zelf niets aan doet. Als je je kind ’s morgens voor schooltijd televisie laat kijken, kan hij dan nog “fris” naar school? Het kan allemaal ook teveel worden voor de hersenen om te verwerken.

En eten en drinken, daaronder valt ook een volwaardig ontbijt voor je naar school gaat. En wat verwacht je van (het gedrag van) je kind als hij dagelijks (zakjes en rolletjes) kleur- en suikerrijk snoep krijgt? Of denkt men dat dit werkelijk geen invloed heeft op hoe het kind zich voelt?

Actief
Het zijn natuurlijk optelsommen. Het is nooit het een òf het ander. Meestal is het èn-èn. Hiervoor zijn ook geen score- of checklijsten te maken. Maar het kan wel helpen als zowel de ouders en het kind als ook de leerkrachten bereid zijn zich actief op te stellen ten aanzien van deze problematiek.

Het helpt ook niet om elkaar verwijten te maken of om te denken dat ouders of leerkrachten hele andere dingen willen voor het kind. Ze hebben natuurlijk allemaal het beste voor met het kind.